Bij het Olympisch schaatsen was het weer goed te zien. De beste uitslagen ontstaan wanneer tegenstanders zich aan elkaar optrekken. Femke Kok had in haar 500 meter veel aan de strijd tegen de Amerikaanse Erin Jackson. Bij de mannen 1500 meter stuwden Zhongyan, Stolz, Nuis en Wennemars elkaar op, zelfs zo dat ze alle vier een Olympisch record schaatsten. Bij veel sporten ontstaan betere prestaties door elkaar uit te dagen. Je maakt elkaar beter. Competitie dwingt, het zorgt voor vooruitgang.

In ons normale leven is dat ook zo, Maar competitie is in Nederland al snel iets ‘vies’. Sociaal aangepast zien we in het winnen van de een vooral het verdriet van de verliezer. Daar moeten we vanaf. Dat zeg ik uit ervaring. Ik heb grote professionele lol beleefd aan het (in-)richten van teams voor hun topprestatie. Veel Turner collega’s zijn gaan planeren, zoals we dat noemden. Sneller / beter gaan dan je tot dan toe op eigen kracht kon. Planeren is als de weg die zich automatisch baant. Met hoge snelheid en veel druk smelten hindernissen als sneeuw voor de zon. Door in te stappen, te durven. En, vooral, door elkaar te inspireren en prikkelen met eerlijke feedback. De wil van verbetering.

De prachtige film ‘Coach Carter’ (2205), gaat over coach Ken Carter en z’n basketbalteam op Richmond Highschool. De scholieren verkiezen drugs en andere verleidingen boven sport of studie. Het gevecht om discipline wint de coach aanvankelijk met harde hand. Totdat blijkt dat de studieresultaten alsnog achterbleven. Een ‘nogo’. Hij verkiest dit keer een zachte benadering en vraagt de spelers naar hun diepste angsten. Het levert hen het bewustzijn op dat ze er toe doen. En dus al de af-/verleidingen niet nodig hebben. Ze mogen uitblinken, én in studie, én in sport, én in leven. De mooiste dialoog, vrij vertaald: “onze diepste angst is niet om ontoereikend te zijn, maar om het onmogelijke te bereiken” *1. Waarna de jongens de basketbalfinale verliezen, maar als mens winnen. “Sir, I wanna say thank you, you saved my life”, zegt de aanvoerder in een muisstille kleedkamer.

Het is dát wat Leerdam, Kok, Nuis, Velzeboer, Rijpma, Bergsma, Van’t Wout,…, en alle andere toppers doen. Elkaar sterker maken door de beste te willen zijn. Concurrentie als iets natuurlijks. Het is dát wat bedrijven als ASML, Philips, Adyen, Apple, Microsoft en alle andere toppers doen. Elkaar sterker maken door de beste te willen zijn. Concurrentie als iets natuurlijks. Waarom is willen winnen in veel sectoren dan ‘not done’? Is het de angst te verliezen of durven we ons talent niet aan? Houden we ons klein zodat anderen zich niet gekleineerd voelen? *1 Het levert een zesjescultuur waarin de middelmaat regeert. En dat is niet wat we ten diepste willen, kijk maar hoe trots we genieten van ‘onze’ Olympische helden.

Dit is geen pleidooi voor sterallures of tegen spelplezier2) . Het gaat over de keuze ergens vol voor te gaan. Laat zien wat je in huis hebt. Verliezen is niet erg, niet willen winnen wel. ‘Planeren’ is elkaar beter maken. Dat doen alleen de besten.

 

 

*1) dialoog: “onze diepste angst is niet om ontoereikend te zijn, maar om het onmogelijke te bereiken. Het is onze kracht (het licht) en niet onze zwakte (schaduw) waar we het meest bang voor zijn. We houden ons klein voor anderen, zodat zij zich dan minder klein voelen. Maar iedereen mag talent ten volle leven. Als we ons talent inzetten geven we onbewust anderen ook de kans hetzelfde te doen. Onze vrijheid bevrijdt anderen”.  Zie ook hier: https://www.instagram.com/reel/DUBZEZ1Cq0t/?igsh=MTZ4YnV4ZnBkMmE4cg==

2) dit pleidooi gaat niet over sport voor jongste jeugd of recreatieve sport

 

‘Oer-nieuw’

Top-10-lijstjes, de beste dit of meest gewaardeerde dat, ik zag het nooit als nieuws. Of het nou de top 10 tennissers, leiders, boeken, reclames, spotify-nummers of natte zomers betreft, mij zegt het niets. Hooguit entertainment. Jaaroverzichten, boekenladders etc zijn aan mij dan ook niet besteed. Zeker niet waar peilingen die ranglijst bepalen. De waarde van een steekproef van meningen is mij te arbitrair. Meetbare prestaties zoals doelpunten en verkoopcijfers, daar zit dan nog wel iets in.

Inmiddels stel ik mijn mening wel wat bij. In de tijd bezien zegt een toppositie iets. Een schrijver, coach, acteur, sporter of reclame-goeroe die jarenlang in de top staat, doet iets goed. Neem als goed voorbeeld tennisser Novak Djokovic. 24 grandslam titels(*1), jarenlang dé top.

Hoe kan dat, zo lang op grootste hoogte? Er zijn tenslotte meer toptennissers. Die zijn ook getalenteerd, gedisciplineerd, letten op voeding, ritme en rust en laten zich eveneens mentaal en fysiek bijstaan door de besten. Er zijn toppers die kunnen pieken, anderen met een enorm uithoudingsvermogen. Maar het verschil tussen ‘top’ en ‘consistente top’ zit dus in iets anders. Naar zijn eigen zeggen voor Djokovic in de combinatie van mentale weerbaarheid en existentiële zingeving.

Met een soort innerlijk, bijna sereen, oer-systeem benadert hij toptennis systemisch. Het is geen doel op zich. In plaats van te pieken kiest hij voor de lange termijn. Door meditatie ziet hij tegenslag als brandstof voor innerlijke kracht. Hij presteert voor zichzelf, zonder externe bevestiging. En hij identificeert zich er niet mee. Djokovic is geen tennis. Tennis is niet alles. En dat, terwijl je niet kunt zeggen dat hij er niet voor leeft.

Vergelijkingen buiten de sport gaan zelden op(*2). Toch waag ik mij aan enige transfer. Consistent aan de top, door een systeem gebaseerd op innerlijke rust, dat kun je zien bij bijvoorbeeld Warren Buffet. Ook passen wat mij betreft Tim Cook, Angela Merkel en organisaties als Toyota en ASML in het rijtje. Consistentie in aanpassingsvermogen en resilience. Dat vergt, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, geen oneindige, ijzeren discipline. Het is meer een systeem van natuurlijke kracht. Van diep geloof. En het vermogen af- en verleidingen te weerstaan.

Even een zijstap naar de marketing. Veel producten worden keer op keer vernieuwd. “Nu nóg beter”. Met weer een nieuwe pay-off. Natuurlijk is verandering de contante en aanpassing de moraal. Maar weegt de marginale verbetering werkelijk op tegen de herkenbaarheid? Social marketing baart vooral eendagsvliegen. ‘Nieuw’ is inflatoir. Ook in marketing is consistentie veel waard. Vooruitgang is wat blijft werken. De oude heer Heineken zou dat zeker beamen(*3).

Consistentie wordt ondergewaardeerd. Net als dat een traditie tegenwoordig wordt afgedaan als ouderwets. Componist Gustav Mahler zei het mooi ; “traditie is niet het aanbidden van as, maar het doorgeven van vuur(*4). Djokovic laat dat zien, in persoon. Aanpassing, leren en groei zijn een systemisch vermogen. Consistentie, gevoed vanuit oer. Oer-nieuw.

Wat mij betreft mogen er dus nieuwe top-10-lijstjes bijgehouden worden. Die van consistentie, van oer-nieuw.

 

 

Deze column is mede geïnspireerd op een lezing van Simon Sinek

(*1)  Djokovic verloor afgelopen weekend de finale van de Australian Open van Carlos Alcaraz. Daarmee miste hij vooralsnog z’n 25ste grandslamtitel.

(*2)  Socioloog Wietske Idema, ‘Lieve mensen winnen niet’, over de onvergelijkbaarheid tussen sport en bedrijfsleven. 

(*3)  Alfred Heineken, kleinzoon van de oprichter, maakte van “Heerlijk Helder Heineken” een wereldmerk door consistentie in marketing en communicatie.

(4)  Bron: Concertgebouworkest, Amsterdam